Geschiedenis
Algemeen
Onze afdeling
1859 - De aanleiding
Stel je het even voor: een slagveld met 40.000 gewonden die zonder verzorging bijna volledig aan hun
lot zijn overlaten. Dat moet echt een onwerkelijk beeld zijn. Dergelijk tafereel was het resultaat van
een gruwelijke veldslag in 1859. Toen vochten het Franse leger onder Napoleon III en het Oostenrijkse
leger in het Italiaanse Solferino.
Het idee van Henri Dunant
Henry Dunant, een Zwitsers bankier, was ter plaatse. Hij vond de situatie zo verschrikkelijk dat hij
hulp vroeg aan Italiaanse vrouwen uit de naburige dorpen. Hij richtte hulpposten op voor de gewonden
en zieken van beide partijen.
De gruwelen die hem vol verontwaardiging en medelijden hebben getroffen, beschrijft hij in een boek met
de titel "Un souvenir de Solférino". Hierin vraagt hij zich af: "Zou men in vredestijd in alle landen
ter wereld geen hulpposten die, in oorlogstijd, de gekwetsten zouden kunnen verzorgen?".
1863 - De geboorte van het Rode Kruis
Er wordt een commissie gevormd die op 17 februari 1863 het "Internationaal Permanente Comité van
hulpverlening aan gewonde militairen" opricht. Als kenteken wordt een rood kruis op een wit veld - het
omgekeerde van de Zwitserse vlag - vastgelegd.
Na een eerste conferentie wordt op 29 oktober 1863 de geboorte van het Rode Kruis gevierd. Op 22
augustus 1864 wordt het "Verdrag van Genève" ondertekend. Hierein wordt het Rode Kruis officieel erkend
en ontstaat het humanitair recht. Dit humanitair recht beschermt de oorlogsslachtoffers en zal, in
de daaropvolgende jaren, ontelbare mensenlevens redden. De Belgische regering behoorde tot de eerste ondertekenaars.
Voor zijn werk kreeg Henri Dunant in 1901 de Nobelprijs voor de Vrede. Later zou het Rode Kruis nog drie keer
de Nobelprijs krijgen.
De Verdragen van Genève
Het Eerste Verdrag wordt al snel aangevuld met het Tweede Verdrag van Genève dat bescherming biedt aan de
zieken, gewonden en schipbreukelingen van de oorlog op zee. Door de Eerste Wereldoorlog wordt in 1929 een Derde
Verdrag opgesteld over de bescherming en behandeling van krijgsgevangenen. De noodzaak om de burgerbevolking te
beschermen wordt duidelijk na de holocaust en de massale bombardementen van de steden in de Tweede Wereldoorlog.
Dit leidt tot het Vierde Verdrag van Genève in 1949.
Op dit ogenblik zijn de Verdragen door vrijwel alle landen in de wereld erkend. De vier Verdragen van Genève
vormen nog steeds de basis van het Internationaal Humanitair Recht.
Uitbreiding naar hulpverlening in vredestijd
In 1910 heeft het Rode Kruiszich al over meer dan 40 landen verspreid. Oorspronkelijk opgericht om hulp
te verlenen aan oorlogslachtoffers, ontstaat na de Eerste Wereldoorlog het idee om het Rode Kruiswerk ook in
vredestijd verder te zetten. Op die manier zouden de vrijwilligers zich ook beter kunnen voorbereiden op de
hulpverlening in geval van een oorlog.
Vandaag kan het Rode Kruis rekenen op meer dan 100 miljoen vrijwilligers. Meer dan 180 landen hebben een
nationale Rode Kruis- of Rode Halve Maanvereniging met een eigen werking. Het Rode Kruis is hierdoor de
grootste hulpverlenende organisatie in de wereld.
Toen de Duitse legers de haven van Antwerpen bestookten met hun verschrikkelijke V1 en V2 bommen, deelden de
Nielenaars en Schellenaars mee in het leed. Op verschillende plaatsen in de gemeente zaaiden deze tuigen dood en
vernieling.
Vanuit de afdeling Boom werden er een paar mensen gerekruteerd om ook hier de eerste zorgen toe te dienen aan
de slachtoffers. Algauw za je het Rode Kruisembleem opduiken in het straatbeeld.
Na de oorlog zetten deze vrijwilligers zich in om aan de bevolking allerlei lessen te geven in verband met
de volksgezondheid (sanitair helper). Uit deze cursussen kwamen nieuwe mensen die zich meer en meer gingen toeleggen
op onderricht. Ze wilden de mensen "de eerste zorgen" leren toedienen.
Het tekort aan bloedgevers werd aangepakt door op regelmatige tijdstippen bloedinzamelingen te houden. Mensen
moesten de schrik overwinnen om bloed te komen geven. In de jaren '80 werd er een stevige bewustmakingscampagne
opgezet en dit resulteerde in een spectaculaire stijging van het aantal donoren.
Naast het moderniseren van het materiaal (brancards, interventiekoffers, radio's,...) werd in 1982 de eerste
ziekenwagen in onze afdeling in gebruik genomen. Met zeer beperkte middelen en veel handenarbeid kon den we voor
onze preventieve diensten met onze "ambulance" uitpakken.
De eisen voor ziekenwagens werden groter en onze "Ford" voldeed niet meer. Met de nodige ondersteuning konden we
ons een nieuwe ziekenwagen aanschaffen.
Tot op heden staat deze ons nog trouw bij op vele preventieve diensten, terwijl onze Ford Transit bleef dienst
doen als materiaalwagen.
|